Hof van Justitie EU: weigering genderwijziging onwettelijk
Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelt dat de weigering van een genderwijziging strijdig is met Europees recht.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Het Hof van Justitie van de Europese Unie velde op 12 maart een arrest over de wijziging van gendergegevens in de registers van de burgerlijke stand.
De aanleiding was een prejudiciële vraag van een Bulgaars gerechtshof in het kader van een geding tussen een Bulgaarse burger en een Bulgaarse gemeente over een verzoek om te verklaren dat zij een vrouw is, door de wijziging te gelasten van haar voornaam, patroniem en familienaam, en om deze wijziging te vermelden in haar geboorteakte.
Bulgaarse wetgeving staat genderwijziging enkel toe na lichamelijke verandering
Na een specialist op het gebied van endocrinologie en andrologie te hebben geconsulteerd, is de vrouw in Italië met een hormoonbehandeling begonnen. Zij woont daar momenteel en heeft daar een stabiele relatie opgebouwd met een Italiaanse staatsburger.
Ondanks de medische adviezen en het deskundigenonderzoek waarin haar geclaimde genderidentiteit is bevestigd, is haar verzoek afgewezen op grond dat de Bulgaarse wetgeving niet voorziet in de mogelijkheid om op psychologische gronden de feiten die in een akte van de burgerlijke stand zijn vastgesteld, te wijzigen.
Volgens de Bulgaarse rechter bepaalt de wetgeving dat het geslacht bij de geboorte wordt ingeschreven op basis van primaire geslachtskenmerken, en dat een genderwijziging enkel kan worden toegestaan indien dit noodzakelijk is vanwege een lichamelijke verandering.
Hof: Bulgaarse wetgeving schendt recht op vrij verkeer in de EU en recht op privacy
De uitoefening van het in artikel 21 Verdrag Werking Europese Unie (VWEU) neergelegde recht om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven kan volgens het Hof worden belemmerd door de weigering van een lidstaat om een wijziging van genderidentiteit te erkennen die is doorgevoerd volgens de procedures die daartoe zijn vastgesteld in de lidstaat waar de betrokken Unieburger dat recht heeft uitgeoefend, ongeacht of die wijziging al dan niet gepaard gaat met een (voor)naamswijziging.
Net als de naam en de voornaam, definieert het geslacht de identiteit en het persoonlijk statuut van een persoon. Bijgevolg kan de weigering tot wijziging en erkenning van de genderidentiteit die een onderdaan van een lidstaat rechtmatig in een andere lidstaat heeft verkregen, voor de betrokkene ernstige ongemakken van administratieve, professionele en persoonlijke aard veroorzaken.
Een regeling van een lidstaat, die geen wijziging toestaat van de gendergegevens van een van zijn onderdanen die zijn recht om vrij op het grondgebied van een andere lidstaat te reizen en verblijven heeft uitgeoefend, is volgens het Hof eveneens in strijd met de grondrechten die artikel 7 van het Handvest aan transgenders garandeert.
Artikel 7 van het Handvest bepaalt dat eenieder recht heeft op eerbiediging van zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn communicatie.
Bijgevolg concludeert het Hof van Justitie dat artikel 21 VWEU en artikel 4, lid 3, van richtlijn 2004/38 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten, gelezen in het licht van artikel 7 van het Handvest, zo moeten worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een regeling van een lidstaat die niet voorziet in de mogelijkheid om de in de akten van de burgerlijke stand van die lidstaat opgenomen gendergegevens – zoals geslacht, naam, patroniem, voornaam en persoonlijk identificatienummer – van een onderdaan van die lidstaat die zijn recht van vrij verkeer en verblijf in een andere lidstaat heeft uitgeoefend, te wijzigen.
Een dergelijke regeling kan niet worden geacht deze personen in staat te stellen de hun door artikel 21 VWEU verleende rechten naar behoren te doen gelden.