Voorstel van resolutie
Gedwongen hulpverlening aan zwangere vrouwen met verslaving?
Vlaams Parlementslid Eva De Bleeker c.s. (Anders) diende op 19 maart bij het Vlaams Parlement een voorstel van resolutie in 'over gedwongen hulpverlening aan zwangere vrouwen met een verslaving'.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven
Iedereen wil dat kinderen gezond ter wereld komen. Daarom moet worden ingezet op preventie en aanklampende hulp voor vrouwen in kwetsbare situaties, zeggen de indieners
Vier vragen
Naast de vraag of dwang de beste oplossing is voor dit probleem, rijzen volgens de indieners nog tal van andere vragen. Een eerste vraag is: welke vrouwen worden er gedwongen geholpen?
De tweede vraag is over hoeveel gevallen het gaat. Er bestaan geen gegevens over de prevalentie en de evolutie van middelengebruik en -misbruik bij zwangere vrouwen in Vlaanderen in de afgelopen tien jaar.
Een derde vraag is: is er vandaag voldoende capaciteit om die zwangere vrouwen onmiddellijk te begeleiden, als ze bereid zijn om zich te laten behandelen?
De vierde vraag is: helpt het om te dreigen met dwangmaatregelen?
Voorstel van resolutie
Het voorstel van resolutie verwijst naar de intentie van de Vlaamse Regering om een decretaal kader uit te werken voor ondertoezichtstelling van zwangere vrouwen die de veiligheid van hun kind in het gedrang brengen en het maatschappelijke debat van de afgelopen maanden tussen voor- en tegenstanders van die ondertoezichtstelling.
Vervolgens overweegt het voorstel dat : 1° er geen gegevens beschikbaar zijn over de prevalentie van middelengebruik bij zwangerschap; 2° er geen informatie beschikbaar is over de nood aan bijkomende capaciteit die onmiddellijk kan worden ingezet als vrouwen bereid zijn om zich te laten ondersteunen en 3° er onenigheid is over de effecten van dwang op zorgontwijking en op de vertrouwensrelatie tussen de patiënt en de zorg- en welzijnsverlener.
Tot slot vraagt het voorstel aan de Vlaamse Regering om, voor ze mogelijke dwangmaatregelen ten aanzien van toekomstige moeders overweegt:
1° de prevalentie van het middelengebruik tijdens de zwangerschap in kaart te brengen; 2° een ambulant en residentieel zorgaanbod uit te werken voor zwangere vrouwen die begeleiding en zorg nodig hebben. Dat zorgaanbod moet altijd onmiddellijk beschikbaar en toegankelijk zijn en er moeten de nodige middelen voor worden uitgetrokken;
3° te zorgen voor een aanbod vanuit andere sectoren dat ook onmiddellijk beschikbaar is, bijvoorbeeld de terbeschikkingstelling van een woning;
4° een methodiek voor succesvol aanklampend werken in de zorg te ontwikkelen en te introduceren bij alle welzijnsactoren, zonder dat daarbij gebruik moet worden gemaakt van dwang.