Hop met de geit: pneumonie in de buurt van geitenhouderijen
In Nederland houdt het wonen in de buurt van geitenhouderijen en de gezondheidseffecten de gemoederen al lange tijd bezig. Bestaat er een causaal verband tussen longontsteking en wonen nabij een geitenhouderij?
Dokter Wim Van Hooste, preventieadviseur-arbeidsarts
De Nederlandse Gezondheidsraad (GR) publiceerde eind 2025 deel II van een advies over de gezondheidsrisico’s van het wonen rond veehouderijen (deel I was in juli van dat jaar verschenen).

Hierbij actualiseerde de GR het advies uit 2018 op basis van recentere inzichten. De causaliteit kreeg de nodige aandacht. Hiervoor is het beoordelingskader van het Environmental Protection Agency gehanteerd, met 4 criteria voor causaliteit: consistentie, biologische plausibiliteit, coherentie en onzekerheid.
De conclusie was dat er 'waarschijnlijk' een oorzakelijk verband is. Epidemiologisch is er bewijs voor een verhoogd risico. Een plausibel biologisch werkingsmechanisme dat deze associatie kan verklaren werd geïdentificeerd.
Er is niet één specifieke ziekteverwekker verantwoordelijk; het is een samenspel van verschillende factoren (multicausaliteit). In de omgeving komen endotoxines (buitenmembraan van Gram-negatieve bacteriën), fijnstof en micro-organismen voor, afkomstig van de stalbedding en stalmest (de Rooij et al., Environ Res, 2024). Het terugdringen ervan is de meest aangewezen manier om de gezondheidsrisico’s te beperken.
Er werd eerder een associatie gevonden tussen longontstekingen en een groter aantal geiten binnen 5 kilometer van de woning, en tussen longontstekingen en het aantal megastallen (meer dan 1.500 geiten per stal) (IRAS/NIVEL/RIVM Rapport, 2011).
Binnen een woonafstand van 500 meter is het risico gemiddeld 73% hoger (628 gevallen per jaar), binnen een woonafstand van 500 meter tot 1 kilometer 19% hoger (213 gevallen per jaar) (Yzermans et al., Pneumonia, 2023).
Dat is aanzienlijk vergeleken met de gezondheidsrisico’s van blootstelling aan andere milieugezondheidsrisico’s. Binnen een straal van 1 kilometer zijn er 19 extra ziekenhuisopnames en 8 sterfgevallen door longontstekingen (ruwe schattingen). Jaarlijks zijn 25 tot 127 pneumoniegevallen per 100.000 inwoners toe te schrijven aan wonen nabij een geitenhouderij (Lottermans et al., PLoS ONE, 2023).
In de geitenhouderij worden meestal ‘potstallen met natuurlijke ventilatie’ (de mest wordt opgepot) gebruikt. Hoewel gedacht wordt dat dit stalsysteem invloed heeft op de emissies, is dat echter nog nooit hard gemaakt.
Het buiten vertoeven of recreëren in de nabijheid van geitenhouderijen is ook significant gelinkt aan longontstekingen (Gijs et al., Environ Int, 2018).
Het statistische verband (associatie) wordt al meer dan 10 jaar consistent aangetoond. Exacte mechanismen en agens voor het krijgen van een pneumonie zijn nog steeds onbekend, hoewel er tientallen micro-organismen op de radar staan (Lottermans et al., 2023).
In de periode 2007-2011 waren er tienduizenden besmettingen met Coxiella burnetii, de veroorzaker van Q-koorts. Door onder andere betere monitoring en vaccinatie van de geiten is dat risico sterk gedaald.
Er is dus geen bewezen oorzaak, zodat het voeren van een daadkrachtig beleid moeilijk is. In Nederland geldt in sommige provincies wel al een drastische “geitenstop” (geen nieuwe bedrijven toegelaten).