Aantal langdurig zieken stijgt sneller in Wallonië dan in Vlaanderen
In het Waals Gewest komen er veel sneller langdurig zieken bij dan in Vlaanderen, blijkt uit cijfers die De Tijd analyseerde. Terwijl het aandeel 20- tot 64-jarigen met een invaliditeitsuitkering in heel België sinds 2005 is gestegen van 3,7 naar 8,1 procent, was er in Franstalig België een toename van iets meer dan 4 naar bijna 10 procent van alle ziekenfondsleden op beroepsactieve leeftijd. In Vlaanderen ging het aandeel van 3,5 naar 7,3 procent.
De grootste stijgingen doen zich voor in de provincies Henegouwen en Luik. In Henegouwen werd bijna 12% van de mensen op arbeidsleeftijd als langdurig ziek beschouwd. In sommige achtergestelde gemeenten, zoals Colfontaine, Quaregnon en Dour, liep dit cijfer zelfs op tot 15% of meer.
In slechts 44 van de 565 Belgische gemeenten ligt de invaliditeitsgraad onder de beroepsactieve leeftijd hoger dan het hoge Henegouwse gemiddelde (12%). Amper vier daarvan - de kleine West-Vlaamse gemeente Mesen en het Limburgse Maasmechelen, Genk en Herstappe - liggen in Vlaanderen.
Lokale economische situatie
De redenen voor de verschillen tussen de regio’s? De demografische samenstelling qua leeftijd, de regionale vraag naar arbeid en culturele of syndicale verschillen spelen mogelijk een rol, valt te horen bij experts.
Volgens cijfers van het Steunpunt Werk van de KU Leuven waren mensen die in Wallonië in invaliditeit terechtkomen vaker werkloos of economisch inactief vóór hun langdurige ziekte, terwijl dat in Vlaanderen vaker mensen waren die daarvoor aan het werk waren.