Vragen over transparantie van het FAGG in het donordossier
De procedure inzake openbaarheid van bestuur moet hanteerbaar blijven voor degene die de verzoeken ontvangt. Dat zei minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke in antwoord op vragen over de transparantie van het FAGG in het donordossier.
Herman Nys, em.prof. medisch recht KU Leuven
Tijdens de vergadering van de Commissie voor Gezondheid en Gelijke Kansen van de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 7 juli werd minister Vandenbroucke ondervraagd door Frieda Gijbels (N-VA) en door Els Van Hoof (cd@v) over de transparantie van het FAGG in het donorschandaal.
Gijbels verwees naar signalen dat verzoeken tot openbaarheid van bestuur die aan het FAGG worden gericht, laattijdig of zelfs helemaal niet worden behandeld, ook wanneer de verzoeker expliciet vraagt om ten minste gedeeltelijke openbaarheid toe te passen als volledige openbaarmaking niet mogelijk is. Zij vroeg de minister of hij daar een verklaring voor had.
Vandenbroucke antwoordde dat in het kader van de donorcrisis bij het FAGG van juni 2025 tot en met december 2025 18 verzoeken tot openbaarheid van bestuur werden ingediend. In 2026 kwamen daar tot op heden 20 verzoeken bij.
"U zult begrijpen dat dat een enorme werklast is", zei Vandenbroucke. "Ik weet niet hoe andere administraties daarmee omgaan. Ik vraag natuurlijk aan het FAGG om correct te reageren met inachtneming van alle formaliteiten die daarbij nodig zijn.
De procedure inzake openbaarheid van bestuur moet hanteerbaar blijven voor wie de verzoeken ontvangt, aldus de minister. Het FAGG beschikt over een interne procedure voor de behandeling van verzoeken tot openbaarheid van bestuur. De betrokken diensten staan in voor de inhoudelijke behandeling met ondersteuning van de juridische dienst.
Die procedure was al in herziening op het moment dat de donorcrisis uitbrak. De actualisering ervan heeft tot doel de procedure af te stemmen op de meest recente wetgeving, rechtspraak en adviespraktijk van de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten. Het is belangrijk dat het FAGG, hoewel het buitengewoon veel werk en een heel snelle opvolging van verzoeken vergt, de formaliteiten in de mate van het mogelijke correct probeert te respecteren’.
Adviezen van de commissie voor toegang tot bestuursdocumenten (CTB)
Ook vroeg Gijbels hoe binnen het FAGG wordt toegezien op de naleving van de regelgeving inzake openbaarheid van bestuur, met name de wettelijke antwoordtermijnen, de correcte toepassing van uitzonderingsgronden en de uitvoering van beslissingen van de CTB.
Hierop antwoordde de minister dat de beslissingen van de CTB adviezen zijn, geen verplichtingen. In het kader van verzoeken tot heroverweging in twee dossiers over de initiële weigering van toegang tot inspectieverslagen heeft het FAGG het advies van de commissie niet gevolgd. Nadien werd de gevraagde informatie, namelijk de inspectieverslagen, wel gepubliceerd op de website van het FAVV.
Vragen over mogelijke strafrechtelijke feiten in fertiliteitscentra
Els Van Hoof verwees naar een vraag die de vzw Donorkinderen via haar voorzitter aan het FAGG had gericht, betreffende specifieke meldingen van meerdere incidenten bij het FAGG.
Dit betreft vermeende strafrechtelijke feiten bij fertiliteitscentra. Er werd echter niet gevraagd om inzage in een strafdossier of strafrechtelijke documenten. De vraag was strikt bestuurlijk van aard. Hoewel de CTB toestemming gaf, werd het verzoek geweigerd door het FAGG.
De minister antwoordde dat het FAGG in eerste instantie oordeelde dat het verzoek voornamelijk gericht was op het inwinnen van specifieke informatie, en niet op het verkrijgen van bestaande bestuursdocumenten.
Na een verzoek tot heroverweging oordeelde de CTB dat de oorspronkelijke beslissing van het FAGG beter gemotiveerd moest worden. Het FAGG heeft daarna, rekening houdend met het advies van de CTB, verduidelijkt dat de gevraagde informatie niet in bestaande documenten was opgenomen en dus niet onder de wetgeving betreffende openbaarheid van bestuur viel.