Geheugenproblemen bij ouderen
Wanneer er bij iemand op latere leeftijd geheugenproblemen opduiken zijn we vaak geneigd om meteen aan (beginnende) dementie te denken en dit terecht verder te exploreren. Het gevaar schuilt daarbij in een voorbarige en foutieve diagnose.

Naast dementie kunnen geheugenproblemen bij ouderen het gevolg zijn van een breed scala aan omkeerbare aandoeningen, systemische ziekten, psychiatrische stoornissen, zintuiglijke beperkingen en leeftijdsgebonden neurobiologische veranderingen. Bij het onderscheiden van dementie en niet-dementiegerelateerd geheugenverlies is depressie de meest voorkomende niet-neurodegeneratieve oorzaak en de grootste bron van diagnostische fouten.(1)
Leeftijdsgebonden geheugenverlies, niet veroorzaakt door ziekte, treedt op bij ongeveer 20% van de ouderen
Diverse etiologie
Leeftijdsgebonden geheugenverlies, niet veroorzaakt door ziekte, treedt op bij ongeveer 20% van de ouderen, waarbij al vanaf 40-jarige leeftijd een verslechtering van het episodisch en ruimtelijk geheugen kan worden gezien.(2)
Chronische inflammatie, vasculaire veranderingen, oxidatieve schade en gestoorde calciumhomeostase zouden hierbij een rol spelen.
Daarnaast zijn er een aantal andere oorzaken van geheugenproblemen(3):
- Depressie kan een ‘schijnverlies’ van het geheugen veroorzaken wat sterk lijkt op dementie en zou bij elke oudere met geheugenklachten moeten worden onderzocht. Depressie van dementie onderscheiden wordt bemoeilijkt door een gedeeltelijke overlap van symptomen en het vaak gelijktijdig voorkomen.
- Tekort aan vitamine B12, foliumzuur en thiamine zijn goed gedocumenteerde, omkeerbare oorzaken.
- Gehoor- en visusverlies.
- Geheugenstoornissen veroorzaakt door bijwerkingen van medicatie, of door endocriene aandoeningen zoals hypo- of hyperthyreoïdie, hypo- of hypercalciëmie.
- Langdurige alcoholabusus.
- Slaapapnoe met herhaalde nachtelijke hypoxemie en afname van de REM-slaap.
- Minder voor de hand liggende zaken zoals chronische infecties (neurosyfilis of hiv/aids), hersentumoren en auto-immuunencefalitis.
Men mag er eigenlijk nooit van uitgaan dat een oudere patiënt aan dementie lijdt, zonder eerst bovenstaande oorzaken te hebben onderzocht.(3) Daarnaast zijn risicofactoren zoals hypertensie, diabetes, COPD en eerder opgelopen hoofdletsel onafhankelijk geassocieerd met geheugenverlies bij ouderen.
Psychosociale en levensstijlfactoren
Eenzaamheid draagt bij tot cognitieve achteruitgang, onafhankelijk van depressie, opleidingsniveau, sociaal isolement en lichamelijke activiteit, met een dementierisico dat vergelijkbaar is met het dragen van één APOE4-allel. Eenzaamheid zou gepaard gaan met een kleiner volume van de grijze stof in de amygdala, de hippocampus en het cerebellum, hoewel het niet consistent van invloed is op het episodisch geheugen of correleert met de ziekte van Alzheimer.
Rode vlaggen
Een aantal symptomen zijn suggestief voor dementie en nopen tot verder onderzoek:
- Namen van naaste familieleden vergeten en zichzelf niet meer herkennen.
- Zich in gesprekken herhalen, bijvoorbeeld steeds dezelfde vraag stellen, zelfs als die al eerder beantwoord werd.
- Moeite met het uitvoeren van dagelijkse taken.
- Zich sociaal afzonderen en apathie.
- Verdwalen op bekende plekken.
- Spullen op ongepaste plekken bewaren (bv. sleutels in de koelkast).
- Incontinentie en immobiliteit.
- Twee of meerdere keren iets betalen of zaken zoals vergeten het kookvuur uit te zetten.
Het is aangeraden om bij een vermoeden van dementie de patiënt eerst naar een gespecialiseerde geheugenkliniek te sturen voor specifieke neurocognitieve testen en psychologisch onderzoek
Biomerkers bij alzheimer
Als er dan aan dementie en de ziekte van Alzheimer wordt gedacht, bestaat er vandaag de mogelijkheid om bloedbiomerkers op te sporen, waarvan gefosforyleerd tau de meest specifieke is. Detectie ervan wijst op abnormale tau-kluwens die kenmerkend zijn voor de ziekte van Alzheimer.
Een van de problemen echter is dat ze al bij de eerste aanzet van de ziekte positief zijn en dat kan tien tot zelfs twintig jaar voorafgaand aan de eerste symptomen zijn. Daarnaast sluiten ze andere oorzaken van geheugenverlies (bv. door slaapstoornissen) niet uit, waardoor bij positieve biomerkers de echte oorzaak vaak over het hoofd wordt gezien. Op het ogenblik is systematisch screenen niet aangewezen en houdt dit een risico op foute diagnose in.
Door neurologen wordt geadviseerd om niet zonder meer te screenen op bloedbiomerkers voor de ziekte van Alzheimer. Er wordt aangeraden om bij een vermoeden van dementie de patiënt eerst en vooral naar een gespecialiseerde geheugenkliniek te sturen waar specifieke neurocognitieve testen en een psychologisch onderzoek worden uitgevoerd. Nadien eventueel aangevuld met biomerkeronderzoek en specifieke beeldvorming.(4)
Bronnen:
1. Ambali et al. Clinical Approach to “I am Forgetting” in Older People. Sch J App Med Sci. ISSN 2347-954X (Print) | ISSN 2320-6691 (Online)
2. Brito DV et al. Making bridges between preclinical and clinical insights into age-related cognitive decline. Neural Regen Res. 2025 Aug 1;20(8):2321-2322. doi: 10.4103/NRR.NRR-D-24-00200.
3. Borelli CM, Grennan D, Muth CC. Causes of Memory Loss in Elderly Persons. JAMA. 2020 Feb 4;323(5):486. doi: 10.1001/jama.2019.17421.
4. Advies gebaseerd op eerder interview met prof. Sebastiaan Engelborghs (hoogleraar en diensthoofd neurologie VUB en UZ Brussel).