Naar gerichte preventie
Groter risico op hart- en vaatziekten in sociaal kwetsbare buurten
Mensen in sociaal kwetsbare wijken lopen meer kans op hart- en vaatziekten. Een nieuwe digitale 'heatmap' geeft inzicht in de samenhang van sociale kwetsbaarheid, zorggebruik en slagaderverkalking.
Jaarlijks overlijden 26.064 Belgen aan hart- en vaatziekten, zei cardioloog prof. Werner Budts (UZ Leuven) bij de voorstelling van de heatmap. Hart- en vaatziekten zijn na kanker de meest voorkomende doodsoorzaak in ons land; ze zijn verantwoordelijk voor 24,5% van de vroegtijdige sterfgevallen bij vrouwen en 25% bij mannen.
Tot 80 procent van die overlijdens kunnen voorkomen worden door tijdige preventie, zegt Budts. Er spelen diverse risicofactoren mee: hoge cholesterol, overgewicht, hoge bloeddruk, suikerziekte, langdurige stress, gebrek aan lichaamsbeweging, roken en overmatig alcoholgebruik, ongezonde voeding, en etniciteit en genetische aanleg.
Deze risicofactoren zijn in hoge mate aanwezig in de bevolking: 35% van de Belgen heeft overgewicht, 29% heeft stress en 24% een te hoge cholesterol. “Het goede nieuws is dat veel van deze risicofactoren behandelbaar zijn”, zegt Budts. “Maar ze zijn nog weinig bekend bij de bevolking.” Budts pleit daarom voor meer en gerichtere preventie.
ASCVD in kaart
In het Europese EU Safe Hearts Plan en het aangekondigde ‘nationale hartplan’ van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke staan preventie, datagedreven beleid en minder gezondheidsongelijkheid centraal. In het kader daarvan verzamelden onderzoekers van Epcon, KU Leuven, de Onafhankelijke Ziekenfondsen, Cascador en Novartis gegevens over hart- en vaatziekten als gevolg van slagaderverkalking (ASCVD, atherosclerotische cardiovasculaire ziekte). Ze verwerkten deze tot een digitale ‘heatmap’ die op gemeente- en buurtniveau inzicht geeft in de samenhang van socio-economische factoren en hart- en vaatziekten.
“In dit project hebben we drie verschillende datatypes samengebracht”, legt Caroline Van Cauwelaert van Epcon uit. Dat bedrijf is gespecialiseerd in het gebruik van artificiële intelligentie om gezondheidsrisico’s te visualiseren.
In de eerste plaats werd geput uit publiek beschikbare statistische data over inkomen, werksituatie, onderwijsniveau, huisvesting en criminaliteit. Deze data werden gebruikt om een 'kwetsbaarheidsindex' op buurtniveau te creëren.
Op basis van data uit de eerste- en tweedelijnszorg, zoals bezoeken aan huisarts, tandarts, cardioloog en gynaecoloog, werd een index voor zorggebruik berekend.
Het derde luik bevat de eigenlijke data over ASCVD: enerzijds klinische data over interventies en medicatiegebruik, anderzijds geaggregeerde administratieve data van de Onafhankelijke Ziekenfondsen – goed voor een populatie van 2,3 miljoen personen. De keuze om data van een ziekenfonds te gebruiken en niet die van het Intermutualistisch Agentschap (IMA) verantwoordde Van Cauwelaert doordat de OZ-data meer granulair en recenter zijn. “Dit project toont mooi aan hoe de combinatie van administratieve data en klinische data ingezet kan worden voor gerichte preventieacties”, zegt Van Cauwelaert.
Een van de belangrijkste inzichten is dat de gemeenten met de hoogste kwetsbaarheidsindex en de gemeenten met de hoogste interventieratio nagenoeg overlappen, zegt Van Cauwelaert. De prevalentie van ASCVD ligt 57% hoger in de meest kwetsbare gemeenten in vergelijking met de gemeenten met de laagste kwetsbaarheidsniveaus.
De prevalentie van ASCVD ligt 57% hoger in de meest kwetsbare gemeenten in vergelijking met de gemeenten met de laagste kwetsbaarheidsniveaus.
De kaart toont ook dat mensen in bepaalde kwetsbare buurten, met name aan de kust, maar ook rond steden als Charleroi, Brussel, Bergen en Dinant en in het zuiden van Luxemburg, minder makkelijk de weg naar eerstelijnszorg vinden. “Mensen woonachtig in de meest kwetsbare gebieden maken 34% minder gebruik van eerstelijnszorg en 40% meer van tweedelijnszorg. Ze volgen dus niet het meest doeltreffende zorgtraject”, zegt Van Cauwelaert.
Een vroegtijdige interventie in de eerste lijn zou tot betere gezondheidsuitkomsten leiden. Maar juist de meest kwetsbare bevolkingsgroepen doen minder beroep op die eerstelijnszorg en zijn dus sterker afhankelijk van de (duurdere) tweedelijnszorg.
Doelgerichte preventie
De bedoeling van de kaart is dan ook om gerichte acties op te zetten voor kwetsbare maar moeilijk bereikbare populaties. Men zou deze informatie ook kunnen gebruiken om lokale hartplannen uit te werken voor wijken waar de nood het hoogst is. Dat gebeurt bijvoorbeeld al in Leuven in het kader van Leuven HARTstad, waar acht buurtteams cardiovasculaire preventie en screenings ondersteunen.
'We moeten veel eerder screenen en ingrijpen, zeker bij mensen die niet uit zichzelf naar de dokter stappen'
– prof. dr. Werner Budts (UZ Leuven)
Tijdens de voorstelling van de kaart hield ook professor gezondheidseconomie Dominique Vandijck (UGent) een pleidooi voor meer preventie. “We besteden om en bij de 11% van ons bruto binnenlands product aan gezondheidszorg. Maar het deel daarvan dat naar preventie gaat, is erg laag: 98,2% gaat naar curatieve zorg en slechts 1,8% naar preventie. Het Europese gemiddelde zit op 3,4% en de WHO beveelt aan om 5% in preventie te investeren.”
Preventie is een investering, geen kost: door de uitgaven voor preventie te verdubbelen tot drie procent van het gezondheidsbudget, kunnen volgens Vandijck twintig procent van de kosten voor verschillende chronische aandoeningen geschrapt worden. Dat zou jaarlijks een besparing van zes miljard euro opleveren.
"We moeten veel eerder screenen en ingrijpen, zeker bij mensen die niet uit zichzelf naar de dokter stappen. En nog meer inzetten op bewustwording", stelt ook professor Budts. "Want door risicofactoren zoals roken, overgewicht, hoge bloeddruk en cholesterol aan te pakken, en door regelmatig te bewegen, kun je het risico op hart- en vaatziekten aanzienlijk verlagen."
>> ascvd-heatmap.epcon.ai